Het Paleis Hotel van Louis Couperus

Schrijver voelde zich thuis in het fijne huis van zijn zus

Schrijver Louis Marie Anne Couperus (1863 - 1923) voelde zich helemaal thuis aan de Molenstraat in het huis van zijn zus. In het huidige Paleis Hotel kun je nog steeds een vleugje proeven van de Haagse Belle Époque, de tijd van welvaart en rust aan het eind van de negentiende eeuw. Schone kunsten en literatuur bloeiden. Couperus was een goedgeklede dandy én een harde werker. Hij zwierde hier graag, getooid met hoed en wandelstok, door de straten van het Hofkwartier. Hij voelde zich kosmopoliet én was vergroeid met zijn geboortestad Den Haag. Hoewel hij als persoon vol schijnbare tegenstrijdigheden zat, is zijn grote oeuvre een eenheid: een dwingende rol voor het noodlot, in zichzelf gekeerde personages en een consequent volgehouden eigen schrijfstijl.

Toevluchtsoord

De Haagse Belle Époque kende haar sociale rituelen en verfijnde levensstijl. Zelf woonde Couperus in de Surinamestraat, maar in het levendige huishouden van zijn dertien jaar oudere zus Toos en zijn zwager Ben voelde hij zich altijd welkom. In het grote huis aan de Molenstraat was zijn toevluchtsoord. Tussen de negen kinderen en de vele bedienden kon hij helemaal zichzelf zijn. Behalve zijn tweede thuis vond hij hier liefde, vriendschap en inspiratie voor zijn tientallen literaire werken waaronder romans en gedichten.


In de 31 jaar dat Couperus actief was, produceerde hij zo’n 50 titels. Behalve romans, schreef hij verhalen, reisverslagen, feuilletons en sprookjes. Daarnaast was hij een echte reiziger. Italië en Zuid-Frankrijk waren geliefde pleisterplekken en hij ging als journalist naar Azië en Afrika.

Hoofdrol voor Den Haag

De belangrijkste romans van Couperus spelen in Den Haag. Behalve Eline Vere zijn De boeken der kleine zielen (1901-1903) en Van oude menschen, de dingen, die voorbij gaan... (1906) de bekendste voorbeelden. De schrijver toont ons in deze werken een wereld van voorbije glorie. Den Haag was de stad waar gepensioneerde ambtenaren uit Nederlands-Indië zich terugtrokken en zich erbij moesten neerleggen dat hun maatschappelijke rol zo goed als uitgespeeld was. 
De boeken der kleine zielen is een lijvige romancyclus in vier delen. Couperus toont hoe het aanzien van de welgestelde familie Van der Lowe langzaam afbrokkelt. In het spannende Van oude menschen staat een moord centraal, begaan in Indië. Deze moord is nooit opgehelderd en blijft in Den Haag als een donkere wolk boven de gebeurtenissen en personages hangen. Het mysterieuze De stille kracht (1900) speelt helemaal in Indië. Couperus baseerde de roman op zijn eigen kinderherinneringen aan Nederlands-Indië.